Overslaan en naar de inhoud gaan
Justitie

Nieuwe guidelines voor pers en justitie: een stap vooruit

Na jaren van overleg heeft het College van de hoven en rechtbanken (CHR) nieuwe guidelines uitgewerkt voor de relatie met de media. Wat staat daar precies in?

De guidelines kwamen tot stand in nauwe samenwerking met de vijf persattachés en persmagistraten en met de cel privacy, die waakt over de bescherming van persoonsgegevens van procespartijen. Doel van die samenwerking: ervoor zorgen dat terugkerende knelpunten uit de dagelijkse praktijk van pers en justitie ook effectief vertaald werden naar concrete, werkbare afspraken.

Dat het document de naam guidelines krijgt, is niet toevallig. Al jaren wordt binnen het College gewerkt aan een kader voor perscommunicatie, maar dat proces verliep moeizaam. Het CHR beschikt weliswaar over de bevoegdheid inzake communicatie, maar legt traditioneel niet graag bindende regels op aan de directiecolleges van de rechtbanken en hoven. Toch was er nood aan meer uniformiteit. 

Met deze guidelines zet het College een belangrijke stap voorwaarts: ze bieden houvast, zonder de autonomie van de rechtbanken aan te tasten.

De guidelines zijn opgebouwd rond verschillende hoofdstukken, variërend van algemene uitgangspunten over praktische werkafspraken tot specifieke thema’s zoals liveblogs, opnames en sancties bij niet-naleving. Niet alles is vernieuwend, maar de waarde van het document schuilt in de bundeling en de explicitering van wat tot nu toe vaak informeel of lokaal geregeld werd.

Het persportaal als spil

Centraal in de nieuwe afspraken staat het persportaal, dat uitgroeit tot hét toegangspunt voor gerechtelijke informatie voor journalisten. Erkende beroepsjournalisten en journalisten van beroep krijgen toegang op voorwaarde dat zij de gebruiksvoorwaarden ondertekenen. Dat lijkt een formaliteit, maar het benadrukt het wederkerige karakter van de afspraken: toegang in ruil voor verantwoordelijk gebruik.

Het persportaal is een duidelijke vooruitgang voor journalisten. Om te beginnen gaat het om niet-gepseudonimiseerde vonnissen en arresten die justitie ter beschikking stelt, op basis van criteria uit de Europese rechtspraak. 

Daarnaast kunnen journalisten ook uitspraken opvragen. Niet alle uitspraken komen uiteindelijk op het persportaal: jaarlijks worden in België ongeveer één miljoen uitspraken gedaan. Slechts een selectie daarvan wordt actief ontsloten, en bovendien enkel voor een beperkte periode.

Verder geeft het persportaal toegang tot zittingsrollen, persberichten en - niet onbelangrijk - contactgegevens van iedereen die met de pers communiceert: de woordvoerder van het CHR, de persattachés en de persrechters.

Wat als de guidelines niet worden nageleefd? Ook daarover is nagedacht. Eventuele sancties moeten proportioneel zijn en mogen enkel de inbreukpleger treffen, niet de hele redactie of beroepsgroep. Dat principe is cruciaal om willekeur te vermijden.

Liveblogs en zittingspraktijk

Een terugkerend spanningsveld is dat van liveblogs vanuit de rechtszaal. De guidelines erkennen het journalistieke belang, maar wijzen ook op mogelijke gevolgen voor het procesverloop. Zo kan een getuige via een liveblog volgen wat een vorige getuige verklaarde. Dat is verre van ideaal. In sommige landen gaat men nog een stapje verder: daar zijn zelfs rechtstreekse uitzendingen mogelijk. Het College werkt nu met het idee van een timelapse: een tijdsvertraging die geen afbreuk doet aan de liveverslaggeving, maar de procesorde beschermt. 

Ook praktische zaken zoals plaatsen voor de pers in de zittingszaal komen aan bod. Duidelijke afspraken daarover vermijden discussies op cruciale momenten.

Verbod op opnames

De meest gevoelige kwestie blijft het verbod op opnames. Journalisten moeten altijd vooraf toestemming vragen aan de persattaché of persrechter om foto’s te nemen, te filmen of geluidsopnames te maken tijdens een zitting. De kamervoorzitter beslist, eventueel na overleg met de partijen en hun advocaten, en bepaalt ook hoelang opnames mogen duren. Zelfs opnames van buiten de zittingszaal zijn verboden zonder toestemming.

De sancties zijn niet min: wie zonder toestemming geluids- of audiovisuele opnames maakt, riskeert volgens artikel 759/1 van het Gerechtelijk Wetboek een gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar en/of een geldboete van 200 tot 10.000 euro. Dat voelt voor veel journalisten aan als een brug te ver, zeker omdat er in de praktijk weinig incidenten zijn. Dat het verbod de pers treft, is in wezen collateral damage: het verbod viseerde in oorsprong vooral partijen die heimelijk opnames maakten. Het contrast met Nederland is groot: daar mogen geaccrediteerde journalisten wél opnemen.

Uniformiteit als uitgangspunt

Is er ruimte voor verbetering? Zeker, vooral als we vergelijken met de noorderburen. Maar de opzet van de guidelines is helder: komen tot werkbare, uniforme afspraken. Uniformiteit is de default, afwijken de uitzondering. Dat wijst toch op een cultuuromslag.

Tegelijk vragen de guidelines ook iets van journalisten: kennis van het juridische kader, respect voor procespartijen en zorgvuldigheid in berichtgeving. Alleen zo kan het wederzijdse vertrouwen groeien. Het overleg tussen pers en justitie stopt hier niet. Binnen VVJ Academy wordt de dialoog verdergezet, met ruimte voor reflectie en bijsturing.

Charlotte Michils

De volledige guidelines zijn hier te raadplegen

Raadpleeg het persportaal.

Onze partners