Overslaan en naar de inhoud gaan
(c) Lise Vanlerberghe
(c) Lise Vanlerberghe

Pers en parket zoeken nieuw evenwicht in aanloop naar nieuwe omzendbrief

Het College van procureurs-generaal herwerkt momenteel de nationale richtlijn voor de communicatie van het Openbaar Ministerie met de pers. Tot de nieuwe versie (vermoedelijk in juni 2027) klaar is, blijft de omzendbrief COL OMP 1/2019 van toepassing. 

Op 1 oktober lichtte An Schoonjans, nationaal persmagistraat van het Openbaar Ministerie, de krachtlijnen van de nieuwe versie toe aan de VVJ en de aanwezige journalisten, in de plechtige zittingszaal van het Hof van Cassatie in het Justitiepaleis in Brussel. Daarna volgde een gedachtewisseling met de pers.

Vertraagde communicatie

De pers kwam niet met lege handen. In een nota van 25 september bundelden de VVJ en de mediahuizen hun verbeterpunten en goede praktijken. De rode draad: sinds de communicatie bij centrale diensten en woordvoerders ligt, botsen journalisten paradoxaal genoeg vaker op een trage, terughoudende en soms onbereikbare tussenlaag. Politiezones en brandweer communiceren nauwelijks nog zelf.

De voorbeelden zijn concreet. Na een melding over een man met een kalasjnikov in Brussel-Zuid duurde het meer dan 24 uur voor er een droge bevestiging kwam. Bij de moord in de Roeselaarse Wallenstraat meldde het parket pas op 27 augustus dat de verdachte al op 19 augustus was opgepakt. Persberichten blijven vaak steken in formules als 'onderzoek loopt, labo ter plaatse'. Terwijl sociale media en buurt-WhatsAppgroepen al overlopen, kan een redactie niet urenlang doen alsof er niets gebeurd is.

Wat de wet zegt

De eerste schriftelijke richtlijnen dateren al van 1953. Daarna volgden teksten in de jaren 1960 en 1980, de COL 7/1999 en in 2019 de huidige omzendbrief. Die wordt nu tegen het licht gehouden, in overleg met zoveel mogelijk partners.

Volgens de nationaal persmagistraat heerst er vooral onwetendheid over het wettelijk kader. ‘Dat het Openbaar Ministerie communiceert en de onderzoeksrechter, de politie of de brandweer niet, is geen keuze van ons. Zo heeft de wetgever het bepaald.’ De artikelen 28quinquies en 57 van het wetboek van strafvordering maken de communicatie over strafonderzoeken tot een exclusieve bevoegdheid van de procureur des Konings, als het openbaar belang dat vereist. Hij moet daarbij het vermoeden van onschuld, de rechten van verdediging, het privéleven en de waardigheid van personen respecteren. Tijdens een gerechtelijk onderzoek is bovendien de instemming van de onderzoeksrechter nodig. Over minderjarigen mag niets naar buiten dat tot hun identificatie kan leiden, op straffe van vervolging, ‘voor ons en voor jullie’.

Dat politiezones vroeger toch over gerechtelijke onderzoeken communiceerden, met toestemming van het parket, was volgens Schoonjans juridisch niet correct. Vandaar de reset.

Tegelijk is er verruiming. Het nieuwe artikel 90sedecies van het wetboek van strafvordering laat het openbaar ministerie toe ook buiten de situaties in de artikelen  28quinquies en 57 van het wetboek van strafvordering informatie aan de pers te geven. Het mag dus in alle stadia van een strafzaak communiceren: tijdens het vooronderzoek, wanneer de zaak voor de rechtbank of het hof komt, en ook nadien. Opvallend: het artikel staat in een hoofdstuk over de verwerking van persoonsgegevens.

Van instemming naar advies

De instemming van de onderzoeksrechter is een knelpunt. Onderzoeksrechters waken terecht over hun dossier, maar niet iedereen reageert even snel. Procureur-generaal Frédéric Van Leeuw stelt in zijn mercuriale (redevoering bij opening van het gerechtelijk jaar) voor om die instemming om te turnen in een advies. De onderzoeksrechters zelf willen het artikel behouden zoals het is. Het debat zit intussen op het niveau van de minister van Justitie.

Off the record blijft mogelijk

Volgens de mediahuizen is achtergrondinformatie off the record zo goed als verdwenen. Schoonjans benadrukt dat de COL OMP 1/2019 die mogelijkheid uitdrukkelijk voorziet, en dat blijft zo. Context helpt fouten vermijden. Het parket spreekt vandaag bewust van een 'onduidelijk' in plaats van een 'verdacht' overlijden, omdat bij de start vaak nog niet vaststaat of het om een ongeval, een wanhoopsdaad of een misdrijf gaat. Ook de familie moet eerst ingelicht zijn. ‘Een gezin dat de auto van een naaste herkent op een foto in de krant, voor iemand hen heeft verwittigd: dat wil je niet.’

Dat het werkt, tonen de goede praktijken uit de nota. Bij het overlijden van brandweerman Olivier in Brussel kreeg de pers via het arbeidsauditoraat snel off the record uitleg en een tijdstip om terug te bellen. Alle grote media wachtten samen drie uur. In Merchtem legde het parket Halle-Vilvoorde meteen uit waarom de term 'kindermoord' juridisch nog te vroeg was.

Wacht niet op een uitnodiging

Schoonjans hamert op informeel overleg. Recent nog zaten alle Nederlandstalige professionele woordvoerders van het Openbaar Ministerie samen. Parketten organiseren geregeld overlegmomenten met politie en journalisten en willen die nog opdrijven. ‘Wacht niet op een uitnodiging. Neem zelf contact op.’ 

Wie lokaal niet verder geraakt, kan bij de procureur aankloppen. De VVJ en de mediahuizen zijn op hun beurt altijd bereid tot een gesprek op parketniveau, en verwelkomen de terugkeer van het zogenaamde PPP-overleg in West-Vlaanderen.

Bereikbaarheid en statuut

Elk parket is telefonisch bereikbaar, de nummers zijn terug te vinden op de website van het Openbaar Ministerie. Maar de pers ervaart grote regionale verschillen. Schoonjans erkent de krappe bezetting. Persmagistraten doen hun taak 'on top of the job', naast zittingen en afstappingen. Ook de budgetten zijn beperkt.

Het statuut van professionele woordvoerders kan eveneens beter. Zo kreeg een van hen ooit een klacht met burgerlijke partijstelling. Het Openbaar Ministerie vroeg de minister daarom om een eigen statuut.

Strenger op komst

De algemene richtlijnen blijven behouden, maar de nieuwe omzendbrief wordt op enkele punten nog strenger. Het recht om vergeten te worden wordt verankerd. De koppeling van artikel 90sedecies aan de privacyregels weegt daarin mee. Het College houdt ook rekening met de aanbevelingen van de Hoge Raad voor de Justitie over externe communicatie. 

Volgens de Hoge Raad kan iemand die door een parketmagistraat wordt verhoord, op dat moment niet echt vrij beslissen of het verhoor gefilmd mag worden om fragmenten ervan op televisie uit te zenden. Het College van het openbaar ministerie moet daar in zijn omzendbrief beter rekening mee houden, zo luidt de aanbeveling.

Protocollen: wie heeft het laatste woord?

Het Openbaar Ministerie vraagt steeds vaker om een uitgebreid protocol voordat een langere reportage van start mag gaan. Dat is vaak te nemen of te laten, soms met een verregaand visierecht. De kernvraag: gaat dat visierecht enkel over feitelijke onjuistheden, of grijpt het parket in op de inhoud? Het kan uiteraard niet de bedoeling zijn dat het parket mee de eindredactie doet.

Schoonjans wijst op de eindverantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie. Het geeft exclusief toegang tot niet-openbare dossiers en is juridisch aansprakelijk voor wat naar buiten gaat. Die verantwoordelijkheid betekent volgens haar: waken over het wettelijk kader, met name de waardigheid van personen, het recht om vergeten te worden, de rechten van alle partijen, de privacy en de GDPR. ‘We dienen allebei een maatschappelijk doel, maar we hebben niet altijd hetzelfde belang.’

Belangen verzoenen

De afweging tussen persvrijheid en het recht op informatie enerzijds, en het geheim van het onderzoek, het recht op privacy en het vermoeden van onschuld anderzijds, is van alle tijden. Nieuw is dat de bevoegdheden op het terrein vandaag veel strikter verdeeld zijn dan vroeger, en dat de controledrang toeneemt. 

De VVJ blijft aandringen op een verzoening van de belangen. Ook persvrijheid en het recht op informatie zijn fundamentele rechten. Ze kunnen worden ingeperkt, maar enkel onder strikte voorwaarden en steeds proportioneel. En dialoog veronderstelt dat je je in de ander kunt verplaatsen. Dat gebeurt op dit moment nog te weinig.

Charlotte Michils 

Van incident naar dialoog

Het jaaroverzicht 2025 documenteerde onder meer confrontaties tussen journalisten en politie bij openbare evenementen en betogingen. Daarbij rezen vragen over veiligheidsperimeters, de erkenning van perskaarten en de grens tussen ordehandhaving en toegang voor de pers. De VVJ bevroeg eerst terreinjournalisten. Daarna volgden gesprekken met hoofdredacteurs. Bijna unaniem wezen zij op de moeilijke toegang tot informatie zodra het parket betrokken is. De VVJ legde die bezorgdheden voor aan het Openbaar Ministerie. In het licht van de herwerkte omzendbrief kan het belang daarvan nauwelijks worden onderschat.

Herlees het verslag van de rondetafelconferentie van 20/11/2023.

Lees hier hoe je hoven en rechtbanken kan volgen op sociale media.

Onze partners