In De Journalist pleit journalist Maria Saldi voor meer verbondenheid tussen freelancers.
Een vriendin die pas begon met freelancen, deed een tijd geleden haar beklag over een jonge collega-freelancer. ‘Als ik haar om tips vraag lijkt het alsof ze liever niet wil antwoorden, alsof ze zich bedreigd voelt.’ Ik moest meteen denken aan mijn best droge antwoord op een berichtje van een startende freelancer. Was ik onbewust ook een gatekeeper, uit angst om mijn eigen plekje kwijt te spelen?
De journalistiek is een harde wereld waar altijd kapers op te kust liggen om je te vervangen. Die mantra werd me tijdens de opleiding Journalistiek tot in den treure ingeprent. Zelfs buitenstaanders die nooit een voet op een redactie hebben binnengezet hebben het over de zware concurrentie in onze sector. Het is dan ook niet verwonderlijk dat ik anderhalf jaar geleden met een overlevingsmentaliteit aan het freelancebestaan begon.
Zeker in het begin zei ik overal ja op. Ook op opdrachten die me familiefeesten of mijn geliefde slaap kosten, en dat voor een tarief dat de lading niet dekt. Want, zo redeneerde ik, ik mag allang blij zijn dat ik überhaupt aan de weg naar mijn droomberoep mag timmeren. De troosteloze vacaturepagina van de VVJ en getalenteerde medestudenten pakweg verzekeringsagent zien worden bevestigden mijn gevoel: it’s rough out there.
Na enkele maanden losse opdrachten in combinatie met een administratieve job in de sociale sector vroeg De Standaard me om op regelmatige basis shiften op de online redactie te draaien. Ik was in de wolken dat ik me zo volledig op de journalistiek zou kunnen storten en werd zelfstandige in hoofdberoep. ‘Ik hoop dat je geen hypotheek moet afbetalen of kinderen moet voeden?’, waarschuwde een collega me over het freelancebestaan.
Zonder kroost of baksteen in de maag bleek het grootste struikelblok niet de financiële onzekerheid, maar het gebrek aan feedback. Toen ik nog in loondienst was, had ik een vaste check-in met mijn leidinggevende. Als startende freelancer met een kanjer van een impostersyndroom mis ik dat soms. Feedback die de inhoud van mijn stukken overstijgt moet ik zelf bijeen sprokkelen. Het voordeel is dat ik dit op verschillende redacties en bij journalisten van allerlei pluimage kan doen.
Mijn schaarste-denken heeft intussen plaatsgemaakt voor een zoektocht naar verbondenheid. Na elk gesprek met een andere jonge freelancer voel ik me vooral opgelucht. Onzekerheid over de toekomst, schrik om vergeten te worden of lastige tariefonderhandelingen: mijn smart is blijkbaar gedeeld, en we weten allemaal hoe het spreekwoord gaat.
Natuurlijk is het freelancebestaan niet alleen kommer en kwel. Ik hoef niet te goochelen met schaarse vakantiedagen als ik er even tussenuit wil. Ik vind het bij wonder zelfs interessant om bij te leren over boekhouding. Maar net als voor veel jonge freelancers is zelfstandig zijn voor mij geen vrije keuze.
Veel van ons flirten met schijnzelfstandigheid of voelen ons een speelbal van grote mediabedrijven. Dat kunnen we enkel het hoofd bieden door tarieven te vergelijken, contacten van opdrachtgevers uit te wisselen of met een koffie onze frustraties te uiten. Door elkaar niet als concurrenten, maar als leden van dezelfde community te zien.