Afgeschreven en niet uitgeschreven

Nogal wat oud-journalisten voelen zich nog helemaal niet uitgeschreven. Over bijverdienen na het (brug)pensioen.
De administratieve vereenvoudiging laat zich vanaf 1 januari 2006 alvast voelen bij de gepensioneerden die na hun 65 professioneel nog aan de slag blijven. Tot nog toe moest een gepensioneerde zijn beroepsactiviteit melden bij de pensioenadministratie via het zogenaamde formulier 74A, binnen de 30 dagen na de toekenning van het pensioen of binnen de 30 dagen na aanvang van de activiteit. Hij moest ook zijn werkgever informeren dat hij gepensioneerd is, met het formulier 74B. En die werkgever moest op zijn beurt aangetekend aangifte doen bij de pensioenadministratie, met formulier 74C.

Door de elektronische ‘dimona’-aangifte hoeft die papierwinkel niet meer. Gegevens uit het pensioenkadaster worden gekruist met de RSZ-aangiften, zodat makkelijk te zien is welke gepensioneerde nog werkt. Die krijgt dan informatie toegestuurd over het maximale bedrag dat hij of zij mag bijverdienen zonder het pensioen in gevaar te brengen.

Volgens minister Sabine Laruelle (Middenstand) zal een soortgelijk systeem worden uitgewerkt voor wie als zelfstandige aan het werk blijft. De RSVZ is verzocht om informatie over zelfstandige activiteiten van gepensioneerden door te geven.

Gepensioneerden jonger dan 65 jaar moeten voorlopig wél nog volgens het oude systeem hun beroepsactiviteit aangeven. En voorts blijven ook nog altijd de formaliteiten gelden voor de partner van de gepensioneerden, voor gepensioneerden die activiteiten hebben in het buitenland, voor politieke mandatarissen en voor werk met een artistiek of wetenschappelijk karakter.

Door het Generatiepact wordt het maximale bruto bedrag dat iemand mag verdienen na de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) behoorlijk opgetrokken. Voor 2005 was dat voor een beroepsactiviteit als werknemer €13.556,68. In 2006 is dat €15.590,18 en in 2007 wordt het € 17.149,20. Wie nog kinderlast heeft, mag daar € 3.780 bruto bijtellen.

Een gepensioneerde die nog werkt als zelfstandige, mag netto belastbaar €10.845,34 (2005), € 12.472,14 (2006) en € 13.719,35 (2007) bijverdienen. Voor kinderlast worden die bedragen verhoogd met € 2.968,63 netto per jaar.

Brugpensioen
Voor bruggepensioneerden liggen de zaken een stuk gecompliceerder. Om te beginnen is de term ‘pensioen’ al verwarrend: het gaat niet echt om een pensioen, maar om een werkloosheidsuitkering, door de voormalige werkgever aangevuld met een bedrag. Met andere woorden: de RVA (www.rva.fgov.be) is hier betrokken partij.
Wat ons in deze context interesseert, is: mag u als bruggepensioneerde nog iets bijverdienen? Dat kan, onder bepaalde voorwaarden. Een bruggepensioneerde journalist die af en toe eens een stuk schrijft, moet dat officieel melden voor hij zijn activiteit begint (ook als het om een weekend of een feestdag gaat). Dat kan op twee manieren: wie gekozen heeft voor een controlekaart, maakt het vakje zwart van de dag van arbeid. Wie zonder controlekaart door het leven stapt, moet zijn activiteit bij zijn uitbetalinginstelling melden, met een formulier C99.

Als u regelmatig een nevenactiviteit uitoefent, zijn er meer voorwaarden. Als u jonger bent dan 58 jaar, moet u die nevenactiviteit al hebben uitgeoefend tijdens het werken in loondienst en dat minstens gedurende de drie maanden die de aanvraag om brugpensioen voorafgaan. Een nevenactiviteit beginnen tijdens het brugpensioen kan dus in principe niet. Maar als u minstens één jaar met brugpensioen bent, kunt u wel starten met een nevenactiviteit. Een vrijstelling hiervoor moet worden aangevraagd bij de uitbetalinginstelling, met een formulier C89. Bent u ouder dan 58, dan geldt bovenstaande voorwaarde niet.

Tweede voorwaarde: u moet de nevenactiviteit melden bij uw uitbetalinginstelling. Formulier C1 en C1A.

Als u die activiteit verricht vóór 7 en na 18 uur, op werkdagen, moet u ze niet aangeven op uw controlekaart of op het formulier C99. Werkt u tussen 7 en 18 uur, dan moet u dat wel aangeven en verliest u voor die dag uw uitkering. Als u op zaterdag of zondag werkt, moet u dat altijd melden, en u verliest een uitkering voor de zaterdag en een uitkering van een werkdag voor de op zondag gepresteerde arbeid.

Als u aan de voorwaarden voldoet, kunt u nog altijd uw recht op brugpensioen zien ingetrokken worden door de directeur van het werkloosheidsbureau, als die oordeelt dat uw activiteit niet het karakter van een nevenactiviteit heeft.

De inkomsten van uw nevenactiviteit mag u in beperkte mate cumuleren met uw brugpensioen. U mag gemiddeld 11,46 euro per dag bijverdienen zonder dat op uw werkloosheidsuitkering wordt gekort. De RVA gaat uit van 312 werkdagen, zodat we uitkomen op 3.575,50 euro per jaar. Het gaat om nettobedragen (voor een nevenactiviteit in loondienst: brutoloon – RSZ – bedrijfsvoorheffing. Voor een zelfstandig bijberoep: bruto-inkomsten – de lasten).

Als u een artistieke nevenactiviteit hebt, dan gelden aparte regels en moet u een formulier C1Artiest indienen bij uw uitbetalinginstelling.

Een bruggepensioneerde mag vrijwilligerswerk doen als het gaat om een onbezoldigde activiteit voor een bloed- of aanverwante tot de tweede graad, die niet kadert in de beroepsactiviteit van die bloed- of aanverwante. U mag dus niet even een handje toesteken in de winkel van uw broer of dochter. Een onbezoldigde vriendendienst mag ook, net zoals een activiteit voor een openbare dienst, een instelling van openbaar nut, een school of een vzw. De formaliteiten die u hiervoor moet vervullen vindt u op de website van de RVA en kunt u navragen bij uw uitbetalinginstelling. Het werk moet uiteraard onbezoldigd zijn, maar u mag wel een forfaitaire vergoeding ontvangen van maximaal 1.094 euro per jaar (bedrag voor 2005).

Een vennootschap?
Zoals gezegd, is het bedrag dat u mag verdienen beperkt, wil u niet op uw uitkering worden gekort. Wie een nevenactiviteit als zelfstandige begint, kan evenwel denken aan het oprichten van een vennootschap.

Ivan Declercq